Unieke vochtige heide
Nationaal Park Dwingelderveld biedt een staalkaart van de afwisselende natuur in dit deel van Nederland. De uitgestrekte vochtige heide van het Dwingelderveld is de grootste en best ontwikkelde van West-Europa. Natte slenken en droge zandruggen wisselen elkaar af. Daardoor is er veel variatie in plantengroei en dierenleven. In het Dwingelderveld zijn in de heide en in het bos meer dan zestig vennen te vinden. Die vennen bestaan niet alleen uit water, maar kennen een unieke begroeiing met talrijke hoogveenplanten. Sommige zeldzame vlinders en libellen zijn afhankelijk van het hoogveen in het nationaal park. De bossen zijn hoofdzakelijk in de 19e eeuw aangelegd op heide en stuifzand. De uitgestrekte oude grove dennenbossen van het Lheederzand, Lheebroekerzand en Anserdennen groeien op voormalige stuifzandheuvels. Grote groepen jeneverbesstruiken vormen opvallende struwelen. Met name in het Lheederzand en rond het Smitsveen groeien honderden van deze stekelige struiken dicht tegen elkaar aan.

In elk jaargetijde
Het hele jaar door is het Dwingelderveld een verrassend natuurgebied. De tientallen wandelroutes staan in ieder jaargetijde garant voor een bijzondere tocht. Bij sneeuw en ijs doet het landschap sprookjesachtig aan. In voorjaar en herfst zijn de bossen voorzien van prachtig kleuren. Omdat het Dwingelderveld een nat gebied is zijn laarzen dan soms noodzakelijk. ’s Zomers is fietsen over het netwerk van fietspaden een prima manier het gebied te leren kennen. Wilt liever op pad met een gids, ga dan mee met een van de vele excursies. Op drie plaatsen zijn informatiecentra waar u meer informatie kunt krijgen over het park en het activiteitenprogramma. Het bezoekerscentrum staat aan de Benderse in Ruinen. In Lhee is een klein Informatiecentrum, terwijl in Spier een Oriëntatiecentrum met snackbar is gebouwd. Bij alle drie centra is parkeergelegenheid voldoende. Wilt u meer informatie, bel dan met het bezoekerscentrum (0522-472951).

NEEM UW LAARZEN MEE!
In het Dwingelderveld is het vooral in de herfst en de winter knap nat. Dat hoort ook zo, want het nationaal park bestaat grotendeels uit natte heidevelden. Ook delen van het bos zijn soms erg nat. Het is daarom raadzaam laarzen of ander stevig schoeisel mee te nemen. De beheerders doen er alles aan om de paden zo droog mogelijk te houden, maar dat zal niet altijd lukken. Vandaar die laarzen.